Anti-ploeter recept voor leiders

“Jullie zijn van veranderen makkelijker maken, toch?”, werd ons laatst gevraagd. “Kunnen jullie dan ook meteen een makkelijk recept voor leiders geven? Dus iets zonder een diepgravende, langdurige opleiding, zonder zelfonderzoek tot achter de komma, zonder inspirerende reis naar Timboektoe met soortgenoten?”

“Je bedoelt een anti-ploeter recept?”

“Ja zoiets!”

Vorig jaar liepen wij voor het eerst door Burgers’ Zoo met Eric de Blok als tolk-vertaler van leiderschap in de natuur. Toen hebben we een hoop anti-ploeter varianten van leiderschap gezien! Als je érgens kunt afkijken hoe je met de minste moeite kunt leiden, dan is het wel in de dierentuin. Dieren leiden hun kudde namelijk op de meest efficiënte manier. Op de manier die de minste energie kost. Dat is namelijk goed voor het overleven van de soort. Dieren zijn anti-ploeter experts. Wat ons betreft het schoolvoorbeeld van systeemsnuggere leiders. Menners van de meute.

Wij raakten overigens allereerst volledig van het padje van die versies van niet-ploeteren die we daar zagen; niks van wat wij dachten te weten over leiderschap klopte nog. Wel zagen we een hoop onverwachte mogelijkheden voor leiders. We kiezen er dit keer eentje uit.

Vaak wordt gedacht dat succesvol leiderschap afhangt van de kwaliteiten van de leider. Maar dat is slechts de helft van het verhaal. Succes van leiderschap hangt af van leiden én volgen. Lekker dan, ben je als competente leider dus volledig afhankelijk van de mensen aan wie je leiding geeft, of je succes hebt?! Ja inderdaad.

Je kunt het je mensen overigens echt makkelijker maken om je te volgen. Een goede leider van een meute maakt volgers. Hoe meer volgers, hoe makkelijker het leiden wordt.

Om volgers te maken, helpt het als je snapt wat de motieven zijn om te volgen:

  • Onzekerheidsreductie: de meute delegeert als het ware de onzekerheid aan een leider in vertrouwen dat die ‘het’ weet. Een leider snapt de verwarrende wereld voor de meute. “Ik snap jullie en ik snap waar jullie in verzeild zijn.” Dat heeft overigens niet per se te maken met inhoudelijk snappen maar met je systeemkennis delen. Een leider weet meer dan iedereen hoe de meute (en niet de individuen!) zich beweegt, ziet eerder dan wie ook zwaar weer aankomen én deelt deze kennis met de meute. Dus: hoe werkt het hier, hoe lopen de hazen, hoe is het interne en externe krachtenveld, hoe reageert onze context, waarom zijn onlogische reacties logisch? Zeker in verandering kun je als leider ongelofelijk makkelijk volgers maken als je iets snapt over het proces van veranderen en jouw mensen vertelt wat volkomen logisch en voorspelbaar is als de meute verandert. Dat reduceert de onzekerheid van het collectief. Hoe meer jij als leider ondertitelt, hoe eerder het collectief je zal volgen.

  • Volgen helpt de meute om doelen te halen en te overleven (collectief of individueel): een leider regelt omstandigheden voor de meute om succes te hebben. Dit gebeurt in organisaties wanneer een leider zijn bevoegdheden, rol, budget en invloedssfeer inzet ten behoeve van het collectief. Doe dat zichtbaar, zonder op je borst te kloppen. In feite bestendigt dat de afhankelijkheid van de leider en zijn invloed. Da’s dan weer een anti-ploeter recept voor volgers: laat het over aan degene met de meeste invloed en wees daar optimaal afhankelijk van.

  • Gevoel van erbij horen/contact: volgen wordt makkelijker wanneer een leider het gevoel om bij het collectief te horen faciliteert. Benoem de identiteit van het collectief (wat zijn wij in eerste instantie, wat zijn onze manieren, waar doen we het voor?), houd die levendig, zodat het collectief weet: dit is mijn meute, ik hoor bij hen, zij horen bij mij. De leden van het collectief weten niet alleen waar ze zich aan dienen te verbinden maar voelen zich ook makkelijker verbonden aan elkaar en aan de leider. Daar krijg je een hecht collectief van. Degene die dat goed kan faciliteren, krijgt makkelijker volgers.

Wat je mogelijk bij al deze motieven begint te dagen, is dat volgers maken vraagt dat je enige afstand hebt tot de meute. Klopt. Je MOET jezelf als leider onderscheiden van de rest. Bereid en in staat zijn om vooraan én alleen te staan. Ten behoeve van het collectief. Ook dat doen dieren goed. En nog eens wat: hoe meer afstand tussen leider en kudde, hoe rustiger de kudde!

“Bij ons in de organisatie is juist heel erg de roep om leiders die weer tussen de mensen staan…”, zie een deelnemer vorige week. "Horizontaal leiderschap noemen we dat."

Tja. Of dat nou de beste anti-ploeter variant is…



Deel dit artikel: